De kleur is bont maar ook andere bij paarden en pony's voorkomende kleuren zijn toegestaan. De beharing is in de winter dik, welke bescherming geeft tegen regen en koude. In de zomer is de vacht kort met een zijdeachtige glans. De manen en de staart zijn lang, recht (of krullend) en overvloedig. Aan de onderbenen zit het kenmerkende dichte zijdeachtige 'behang'. Het hoofd heeft goede verhoudingen. De oren staan rechtop en wijzen naar voren. Het voorhoofd moet breed zijn met vrijmoedige intelligente ogen. Gehele of gedeeltelijke maanogen zijn toegestaan. De tanden en de kaakstand moeten correct zijn.
De voorbenen zijn hard en gespierd. Ze moeten goed geplaatst zijn met een goede ligging van de schouder. Van de achterbenen moeten de dijbenen sterk en gespierd zijn met goed gevormde, brede en platte spronggewrichten. Deze moeten niet te hoekig maar ook niet te recht zijn. Van achteren bekeken moet de Tinker niet te nauw en niet te wijd lopen. De hoeven zijn hard, niet kort, smal of dun. De bewegingen zijn actief en functioneel, waarbij elk gewricht voldoende gebruikt wordt. Het algemene beeld van de Tinker moet zijn/haar goede karakter zijn, de robuustheid, de rustige aard en het goede uithoudingsvermogen.
